
Het begint met een vloer
En eindigt met iets dat je wilt doorgeven.
Het vinden
Ik krijg een telefoontje. Ergens wordt een pand gesloopt, of een kerk ontmanteld, of een boerderij staat al jaren leeg. Dan rij ik erheen.
Onder de lagen verf en het stof liggen vloerdelen die soms honderd jaar oud zijn. Eik die een heel leven heeft meegemaakt — kindervoeten, zware laarzen, tafelschuiven en stilte.
Niet alles is bruikbaar. Ik zoek naar hout met karakter: diepe nerf, eerlijke slijtage, kleur die je niet kunt nabootsen. Als ik het goede stuk vind, weet ik het meteen.

Van hout naar object
Luisteren
Elk stuk hout vertelt iets. Over waar het gelegen heeft, hoe het belast is, waar het sterk is en waar kwetsbaar. Ik begin altijd met kijken en voelen voordat ik iets doe.
Bouwen
De verbindingen die ik gebruik zijn zo oud als het vak zelf. Pen en gat, zonder lijm of schroeven. Het duurt langer, maar het resultaat houdt het ook langer vol.
Loslaten
Op een gegeven moment is het af. Niet omdat het perfect is, maar omdat het klopt. Dan gaat het de deur uit en begint het volgende hoofdstuk — bij iemand anders thuis.

Eén ding goed doen
Ik maak geen lijn, geen collectie, geen seizoen. Ik maak objecten, stuk voor stuk, zolang het materiaal het toelaat en het werk me iets leert.
Dat is geen marketingverhaal — het is gewoon hoe ik werk. Langzaam, met aandacht, en liever een stuk minder dan een stuk te veel.
Het hout heeft al honderd jaar gediend als vloer. Het minste wat ik kan doen is er de tijd voor nemen.